Artikelen

Nieuwsarchief

Twitter

   

Van gewoon ontwerpbureau tot Studio Buffalo

Een jaar geleden was Studio Buffalo een gewoon ontwerp-bureau. Een ontwerp-bureau wat ontwerpen maakte voor opdrachtgevers. Maar er zat veel meer in. Dat voelde ik, maar ik wist niet precies hoe ik dat eruit kon krijgen.

In de Caballerofabriek zit De Boest. Had ik ooit koffie mee gedronken. Goede koffie en goede kerels. Dus ik een mail gestuurd: ik wil een Boest. Binnen de kortste keren zat ik bij Bram aan tafel. Als bij een soort huisarts schoof ik aan tafel. “Wat kan ik voor je doen?”vroeg Bram. “Ik wil graag een recept voor mijn tomeloze ambitie. Maar die ambitie die stokt. Ik kan meer dan dat ik doe en dat frustreert. En met jezelf sparren, is een zinloze en lachwekkende bezigheid” zei ik. In plaats van ene receptenboekje pakte Bram, met opgerolde hemdsmouwen zijn A3blok. Hij waarschuwde me om het niet op zijn tekenaarskwaliteiten te beoordelen. Hij legde een batterij aan kleurige en geurige markers neer, ontdopte er een en begon te tekenen. “Kijk, dit ben jij (en hij tekende een harkenpoppetje, inclusief bril). En dit is wat je wilt. En daar zit dit tussen!” Bram is geen Rien Poortvliet, maar zijn schetsmodellen gaven me meteen het gevoel dat hij me begreep.

We gingen op zoek naar mijn kern. Waarom ben ik in hemelsnaam ooit ontwerper geworden? Omdat ik wel kan tekenen? Nee, dat is een halve waarheid.

Elke vrijdag kwam Bram, met opgerolde mouwen, kladblok onder de arm in mijn studio. Leuk en pittige sessie’s, waren het. Tijdens een sessie gingen we op klantenjacht. Voor wie wil je werken? Hij begon namen op te noemen van multinationals. Droomopdrachtgevers die voor een klein & jong ontwerp-bureau onbereikbaar waren. Een ervan was Shell. “Hier wil je toch niet voor werken?” En voordat hij met de rode marker een kruis door de naam zette, zei ik: “jazekers”. Als ik hiervoor een campagne mag maken die milieubewust is, dan doe ik dat!” Don’t count on it, zei Bram. Bram spreekt graag engels. Hij spreek het vloeibaar. En vaak. Als er een woord of zin engels kan, dan doet hij dat. Dat klinkt heel geloofwaardig. En het is grappig.

Anyway... Het was donderdagmiddag. Zaterdag zou ik op vakantie gaan en ik had de vrijdag gepland om in te pakken. Kwart voor vijf. De telefoon ging. Een vriendelijke dame wilde graag een afspraak met Armijn van Studio Buffalo. Op zeer korte termijn. Ik dacht dat het een verkoopgesprek was, dus probeerde de dame allervriendelijkst af te wimpelen. “Ik heb nog 14 minuten voordat mijn vakantie begint, dus we moeten het kort houden...” De mevrouw zei dat het heel belangrijk was, dus ik vroeg haar het even op de mail naar me te sturen.

Holy Snap... Het was een aanvraag om een ontwerp-voorstel te maken. Ze kon niet inhoudelijk op de briefing ingaan. Daarvoor moest ik echt even langskomen. De mail kwam van het grootste communicatiebureau wereldwijd, die alleen werkte voor multinationals. Ik heb heel snel de telefoon opgepakt, heb de vakantie een dag uitgesteld en heb een afspraak gemaakt voor de dag er na. In een prachtige MadMen-achtige omgeving werd ik ontvangen en we bespraken in inhoud van de briefing. Een campagne voor Shell...? Een groene campagne wel te verstaan. Onderzoekend keek ik of er ergens camera’s verborgen waren. Ik verwachtte dat er elk moment een Ralph Ingbar-achtige lolbroek tevoorschijn zou springen. Dit is natuurlijk een grap. Bram, hartstikke leuk. Goeie grap.

Ik bood aan om tijdens de vakantie mijn Macbook mee te nemen en een ontwerp te maken. Ik verwachtte er uiteraard weinig van, dus ik kon er ontspannen mee aan de slag.

Mijn voorstel begon met een brief. De brief begon als volgt. “In mijn korte broek, gewapend met een cappuccino en een croissantje heb ik dit ontwerp gemaakt aan een wankel tafeltje op een camping in Frankrijk. Je kunt je voorstellen dat in een andere omgeving er een beter voorstel zou kunnen komen liggen. Maar ik vind dit zo interessant, dat ik toch even ga ontwerpen in plaats van in het zwembad te liggen... Vervolgens omschreef ik wat het eigenlijke doel van de campagne was en hoe je dit het beste kon verbeelden. Daarbij voegde ik een ontwerp voor een campagneposter, en logo etcetera toe.

En vervolgens was het wachten. Tuurlijk. Want een goede grap, dat vraagt om tijd. Na drie weken werd ik op vrijdag, eind van de dag opgebeld. Of ik maandagochtend mijn voorstellen kon presenteren. En of ik alles in het Engels zou willen doen, want er was een Amerikaanse marketingmeneer bij van Shell.

Maandagochtend. Totaal niet nerveus verschijn ik op kantoor van het communicatiebureau. Met de print onder mijn arm kom ik binnen. Ik zorg ervoor dat ik er netjes uitzie, want als je op de televisie komt, kun je maar beter goed op televisie komen. Ook bij Bananensplit. Vervolgens komt er een in pak verpakte meneer binnen. Met een smeuïg Texaans accent verteld hij dat hij even in Denemarken was. Dat ligt immers om de hoek. “Would you like to introduce yourself,” vroeg de 
amicale Amerikaan. En toen dacht ik, ik kan natuurlijk een verhaal ophangen over welke interessante studie ik gedaan had en voor welke toffe opdrachtgevers ik wel niet gewerkt had... Maar ik zie iets anders. Ik vertelde hem een heel kort verhaaltje. In het engels uiteraard. “When I was 6, I made a drawing for the Donald Duck. You, know, te comic. And a few weeks later they printed it in the magazine. So when I read the magazine, I saw my drawing in it. And all my friend saw it too. Then I realised what I wanted to do with my life. Being a Designer!”

De mensen van het communicatiebureau keken elkaar bedenkelijk aan. De Texaan sprong op van zijn stoel, sloeg me op de schouder en zei: I’m 42 your old, and I still don’t know what to do with my life. Great Story!”

Vervolgens begon ik mijn pitchverhaal af te steken. Over hoe je met mensen communiceert, over het werkelijke doel van de campagne. En ik vertelde hem over de werking van de hersenen. A man needs a spilt second to judge if something is good or bad. A woman can do this even three times faster. Ik pakte mijn ontwerpen, en zei” here’s your spilt second”. Ik draaide de ontwerpen om. De Amerikaan, glimlachte en zei “I like it. Can the logo be a little bigger?” Sure, zei ik, that’s a 10 seconds design-job. “I like it”, zei hij nogmaals. Hij moest weer snel het vliegtuig in, dus dat was dat. En voor ik het wist stond ik weer buiten. Geen camera. Geen Ralph Ingbar-achtige persoon. Damn. Dit was dus echt..

Enkele weken later hingen mijn ontwerpen in Houston. Enkele dagen later was de campagne-website online.

Het moraal van het verhaal is... Ga op zoek naar je kern en passie. Maak je wensen concreet. Durf het op te schrijven. Spreek het uit. Als je je wensen concreet maakt, dan kunnen ze zo maar uitkomen. En sparren met Bram is fijn. Bram is 3 koppen groter dan dat ik ben, en dat maakt sparren wel zo spannend!

Groet Armijn

Studio Buffalo -

Branding /// Design /// Identity